Ace
|
Is een service die direct op de vloer
komt binnen de lijnen. Hij kan dus niet gepasst worden. (ze konden de
bal niet terugspelen) |
Blessure
|
Een wond of breuk
die veel pijn doet, waardoor je niet meer kan volleyballen. Bijvoorbeeld
als je je arm breekt, of als je enkel of je vingers om klappen. Een
klein wondje in je vinger noemen we geen blessure, dat omdat je daarmee
meestal gewoon door kan volleyen als je er een pleister op doet of
zoiets. |
Blok
|
Het tegenhouden van een aanval van de
tegenstander. Dit hoort met 2 platte handen te gebeuren. Ook kan je met
z'n 2-en of 3-en blokken. Er zijn dan 4 of 6 platte handen naast elkaar,
dus dan wordt het wel heeeel moeilijk voor de tegenstander om er nog
langs te slaan! |
Blokdekking
|
Als de aanvaller in het blok slaat,
stuitert de bal weer terug in je veld! Deze kan je dan natuurlijk weer
opnieuw passen! Door dicht bij de aanvaller en het blok te gaan staan
wordt dit makkelijker, want meestal stuitert de bal ook niet zo ver weg
van het blok. |
Blokschaduw
|
Als er een blok is, wordt het voor de
aanvaller moeilijker om te scoren. Het stuk van het veld dat achter de
handen zit, kan de aanvaller niet meer bereiken met de bal. Dit stuk
heet de blokschaduw. Als verdediger moet je altijd zorgen dat je niet in
de blokschaduw zit te wachten, want dan krijg je meestal niet zoveel
ballen. je kan beter in de ruimte naast de blokschaduw zitten (zie
straat/diagonaal) |
Buitenaanvaller
|
Als je systeem speelt (zie systeem), dan
is de buitenaanvaller degene die links aan het net aanvalt. Er zijn 2
buitenaanvallers in het veld, want als je achter staat, mag je niet aan
het net aanvallen! Dus als de ene achter staat, is de ander voorspeler! |
Circulatievolleybal
|
Nieuwe vorm van het volleyballen waarbij
de bal veel meer circuleert de spelers meer in beweging zijn dan het
"gewone" volleybal. Er zijn 4 niveaus en na niveau 4 wordt er weer
minivolleybal gespeeld. |
Coach
|
Begeleider van het team tijdens
wedstrijden ( geeft aanwijzingen, geeft de opstelling door enz.) |
De
Diagonaal
|
Dit is de speler die
diagonaal speelt met de spelverdeler. vroeger heette je op deze positie
de "libero", maar door de invoering van de "libero" als verdediger is er
een nieuwe naam bedacht. Dat is dus. de diagonaal, of in het engels "opposite" |
Doorslaan
|
Nadat je de bal geslagen hebt met je arm
en je hand doorzwaaien, maar niet tegen het net natuurlijk, maar er vlak
langs!
Als je dit doet, kan je harder slaan! |
Duiken
|
Als je niet bij de bal kan door er
naartoe te lopen, dan kan je er naartoe duiken. Zorg wel altijd dat je
goed terecht komt. |
Fixeren
|
Heel erg goed concentreren op iets (dat
"iets" moet natuurlijk de bal zijn!) |
Floater
|
Een bal die geslagen is die niet
rechtdoor gaat, maar die een beetje zweeft en heen en weer gaat van
links naar rechts. |
Follow-through
|
Spreek uit "fallo troe"
engelse term voor doorslaan (zie doorslaan) |
Free-ball
|
Spreek uit "frie
bal"
Is een bal die je onderhands of bovenhands van de tegenstander krijgt,
zij kunnen niet tot een aanval komen, deze ballen zijn meestal makkelijk
te verdedigen. |
Gat
|
Plek in het veld
waar niemand dichtbij staat. Als daar een bal gespeeld wordt, is het dus
lastiger om hem te pakken, want dan moet er eerst iemand naartoe! |
Kill-blok
|
Dit is een aanval
die hard in het blok wordt geslagen en direct naar de grond gaat zonder
dat er nog een verdediger aan kan komen. De bal valt dus aan de kant van
de aanvaller op de grond. |
Knikbeweging
vanaf c-jeugd
|
Is een beweging
waarbij je een deel van je lichaam buigt. Bij het pasen (zie pass) buig
je door je knieen, dit noemen sommigen een knikbeweging. Maar meestal
als er over een knikbeweging wordt gepraat gaat het over je armen de je
dan uitklapt. Eerst hoe je ze gebogen en als je moet pasen knik je ze
recht! |
Libero
vanaf b-jeugd
|
Als je systeem speelt , kan je ook met
een libero spelen. Dit is een 7e speler, die alleen mag verdedigen.
Hij/Zij kan erin net zo vaak inkomen als hij wil voor elke achterspeler,
maar hij mag niet serveren! Hij moet er weer uit als hij voorspeler
wordt. |
Loopverplaatsing
|
Moeilijk woord voor naar de bal lopen. In
plaats van lopen, kan je er ook naar duiken (zie duiken) of naar rollen
(zie rollen) |
Middenaanvaller
|
Als je systeem speelt (zie systeem), dan
is de middenaanvaller degene die midden aan het net aanvalt. Er zijn 2
middenaanvallers in het veld, want als je achter staat, mag je niet aan
het net aanvallen! Dus als de ene achter staat, is de ander voorspeler! |
Opposit
|
Engelse term voor de
Diagonaal (zie de diagonaal) |
Opstelling
|
(Start)positie van de teamleden in het
veld |
Pancake
|
Spreek uit: "penkeek", Engels woord,
betekent pannenkoek
Als je op de grond duikt (zie duiken), is het de bedoeling dat je je
hand zo plat als een pannenkoek op de grond houd zodat de bal
goed via je hand opstuitert! |
Pass
|
De bal naar de spelverdeler spelen,
meestal gebeurt dit onderhands, maar soms is het ook bovenhands, dan
lijkt het meer op een set-up, maar het heet nog steeds een pass! |
Passeur
|
de Blokkeerder (zie blok) |
Penetreren
|
Als je een systeem speelt, kan dit. Het
gebeurt als de spelverdeler achter staat en wisselt met een voorspeler
om te kunnen set-uppen. De spelverdeler mag dan natuurlijk niet
aanvallen. |
Prikken
|
Een aanval niet slaan, maar een zacht
tikje geven met 1 hand, zodat deze net over of langs het blok in een gat
in het veld van de tegenstander beland! |
Rallypoint
|
Elke actie wordt een punt ( elke fout
levert een punt op voor jezelf of de tegenstander. Voorheen kon je
alleen maar een punt halen als jouw team de slagbeurt had) |
Rollen
|
Rollen is een manier om naar de bal te
bewegen als de bal hard gaat en laag aankomt. Het voordeel is dat je dan
snel weer op kunt staan. Als je doorrolt, komt je namelijk vanzelf weer
op je voeten terecht! |
Rotatie
|
Ronddraaien/Doordraaien, dat doe je als
je weer mag serveren, als de tegenstander dat daarvoor heeft gedaan. |
Service
|
De opslag ( bal in het spel brengen ) |
Set-upper
|
Engelse term voor "opzetter" of
"spelverdeler" (zie spelverdeler) |
Side-out
|
Is het terug halen
van de serve, komt eigenlijk uit de oude puntentelling toen kon je
alleen een punt halen als je zelf de serve had.
Nu wordt het volleybalspel verdeeld in 2 onderdelen namelijk 1.) Serve
terug halen (Side Out) en 2.) punt maken vanuit eigen serve. |
Smash
|
Harde aanval over het net. |
Spelverdeler
|
Hij of zij geeft een set-up (opzet) aan
de aanvallers. Dit hoort meestal de 2e bal die gespeeld wordt op een
helft te zijn. De bal komt van de passer (dat is de 1e) en gaat naar de
aanvaller (dat is de 3e). |
Spelvorm
|
De vorm van een systeem of van een soort
wedstrijd.
Bij een systeem bijvoorbeeld in welke volgorde je aanvallers (zie
buitenaanvaller en middenaanvaller) staan en of je wel of niet met een
libero (zie libero) speelt.
In wedstrijden: Beachvolleybal is een andere spelvorm, dan
zaalvolleybal. 3 tegen 3 is ook weer een andere spelvorm dan 6 tegen 6
enzovoort... |
Straat/Diagonaal
|
Dit heeft met de blokkering te maken, de
straat is langs het blok en langs de lijn rechtdoor, diagonaal is voor
het blok langs in de korte of lange diagonaal. Je kunt dit vanuit de
aanvaller zien of van uit de blokkeerder. De blokkeerder geeft aan
dat hij de straat gaat dicht zetten. De aanvaller slaat de bal in de
lange diagonaal.
LET OP: Verwar "diagonaal" niet met "de diagonaal". "Diagonaal" is een
deel van het veld en "De diagonaal" is een speler in het veld (zie de
diagonaal)! |
Switchen
|
Spreek uit "switsjen"
Engelse term voor wisselen. Als je een systeem speelt, geeft dit aan dat
je van plek wisselt |
Systeem
|
Als je B-jeugd bent, ga je meestal met
een systeem spelen waarin elke speler een vaste positie heeft. Je
switcht dan (zie switchen) aan het begin van de rally, om op je plek te
komen. Er zijn dan meestal 1 of 2 vaste spelverdelers, 2
middenaanvallers en 2 buitenaanvaller. Als je met 1 vaste spelverdeler
speelt is er nog 1 over, die is dan "de diagonaal" (zie de diagonaal).
De spelverdeler staat in deze systemen bijna altijd rechtsvoor aan het
net. |
Team
|
Je medespelers zijn met jou een team,
maar ook de tegenstanders zijn met elkaar een team. Iedereen die
samenwerkt met hetzelfde doel, is een team! |
Teamgenoot
|
Ploeggenoot (je maatje in je eigen team) |
Topspin
|
Is een slagtechniek
waarbij de bal voorover draait. Dit doe je door tijdens de slag je pols
over de bal te vegen waardoor er een voorwaartse draai aan de bal
komt.Als je je hand onder de bal door veegt krijg je backspin. |
Toss
|
Voor de wedstrijd
begint moet er gezegd worden door de scheidrechter wie er mag beginnen
met serveren. De scheids pakt dan een muntje en de aanvoerder van het
team dat op bezoek is mag dan kiezen tussen kop of munt. De scheids
gooit dan het muntje in de lucht met een draai en vangt hem weer op. Als
de aanvoerder van het bezoekende team gelijk had, mag zijn/haar team
beginnen met serveren. |
Trainer
|
De leraar die je het volleyballen leert |
|
Antennes |
Niet van de tv! De antennes hangen in het
net boven de uitlijn aan de zijkant. Ballen die over de antenne worden
gespeeld of er achter langs zijn uit. |
|
Aanvoerder |
Een beetje de "baas" van het team in het
veld. Doet de toss (wie er mag beginnen) mag een time out aanvragen enz. |
|
Aanvoerdster |
Eigenlijk het zelfde als aanvoerder
alleen dan is het een meisje ( de "bazin"dus) . |
|
Bal |
Zie volleybal |
|
Banken |
Daar zitten de wisselspelers en de coach
op, anders worden ze zo moe. |
|
Coach |
Begeleider tijdens wedstrijden en is
meestal de trainer zelf. |
|
EHBO koffer |
Hopelijk heb je die nooit nodig, maar je
het komt wel eens voor dat je een pleister nodig hebt of een verbandje.
Deze spullen zitten in de EHBO koffer. EHBO betekend Eerste
Hulp Bij Ongelukken. |
|
Gele kaart |
Ja, ook die bestaat bij het volleybal.
Als je bijvoorbeeld gescholden hebt naar de scheidsrechter of naar de
tegenstander dan kan je deze kaart krijgen van de scheidsrechter en dan
krijgt de tegenstander er een punt bij én jij moet dan ook oppassen,
want als je het nog een keer doen, kan je het veld uit gestuurd worden!
|
|
Haarelastiekje |
Niet voor de kale jongens, maar voor de
langharige meiden! Anders zit het zo in de weg. Of je knipt
het eraf |
|
Hulptrainer |
Das wel handig voor de trainer. Hij helpt
de trainer jullie te leren volleyballen |
|
Kinderen |
Ja, wie slaat anders de bal ? |
|
Kniebeschermers |
Zou je eigenlijk niet nodig moeten
hebben. Je moet niet op je knieën vallen! Maar als het toch gebeurd, is
het fijn ze om te hebben! |
|
Lijnen (belijning) |
Tja, hoe zou je anders kunnen weten of de
bal in of uit is? |
|
Mascotte |
Een beertje, konijnenpootje of iets
anders dat je meeneemt naar een wedstrijd. Dit zou geluk moeten brengen,
zodat je wint! |
|
Minivolleybal |
Volleybal voor de E tjes, deze zijn
kleiner en lichter dan de normale volleybal |
|
Mooi weer |
Voor als je beachvolleybal wilt spelen is
het wel zo lekker! |
|
Net |
Hangt tussen de 2 teams in op het midden
van het veld en span je tussen de palen. |
|
Palen |
Daar hangt het net tussen |
|
Publiek |
Dat is wel zo gezellig tijdens een
wedstrijd |
|
Rode kaart |
Weer een kaart! deze moet je niet te vaak
krijgen van de scheidsrechter, want het kost je de hele set!
En als je hem samen met de gele krijgt, dat mag je de hele wedstrijd
niet meer meedoen! |
|
Scheidsrechter |
De persoon die de regels controleert
tijdens je wedstrijd, dus bijvoorbeeld of de bal in of uit was! |
|
Scheidsrechtersstoel |
Anders wordt hij of zij zo moe van het
stilstaan de hele tijd. Het beste is een hoge stoel, dan kan hij/zij
alles beter zien. |
|
Shirt |
Anders sta je in je blote borst of in je
Bhtje en rent de tegenpartij hard weg. (dan heb je wel gewonnen!) Ook
kan je geen nummer en/of reclame hebben zonder shirt! |
|
Sokken |
Anders krijg je van die zweetvoeten en
dat stinkt zo! |
|
Sponsor |
Hoeft niet perse, maar het is wel prettig
voor de club. Een sponsor geeft een bepaald bedrag aan de vereniging
waardoor de vereniging weer spullen kan kopen, of het inschrijvingsgeld
(lesgeld) laag kan houden. In ruil voor het geld kan b.v. de naam van de
sponsor op jullie shirts komen te staan, een advertentie in het
clubblad, de vlag van de sponsor ophangen enz... |
|
Sportbroek |
Anders gaat de tegenpartij er snel
vandoor denk ik, want dan sta je in je onderbroek |
|
Sporthal |
Dat is wel lekker warm en droog, vooral
in de herfst en winter! |
|
Sportschoenen |
Alleen in de zaal nodig, want op het
strand ga je op je blote voeten |
|
Strand |
Is niet persé nodig voor beachvolleybal,
zand is genoeg, maar het is wel zo leuk en gezellig! |
|
Tape |
Voor als je geblesseerd bent aan
bijvoorbeeld je voet. Dan kan je je voet in laten tapen en kun je weer
(rustig aan) mee volleyballen |
|
Telbord/scorebord |
Het bord met de getallen, waar de stand
op bijgehouden wordt door de teller, zodat je kunt zien, wanneer je
gewonnen (of verloren) hebt! |
|
Trainer/trainster |
Van wie moet je het anders leren? |
|
Veld |
Anders kun je wel volleyballen maar ja
geen wedstrijden spelen |
|
Volleybal |
De volleybal is er in verschillende
maten. E tjes gebruiken de minivolleybal. Deze is kleiner en lichter.
Meestal heeft de bal 3 kleuren, soms is hij gewoon wit. |
|
Water |
Want anders hou je volleybal niet lang
vol en raak je ook uitgedroogd! |
|
Zand |
Als je wil beachvolleyballen is dit wel
erg belangrijk, maar in de zaal mag zand juist niet zijn! |